Verwaarlozing leidt tot domrechts

Gepubliceerd op 26 februari 2026 om 19:49

Domrechts is geen scheldwoord, het is verwaarlozing 

Er wordt vaak gedaan alsof domrechts een linkse scheld term is. Een goedkoop naampje om iedereen rechts van het midden weg te zetten als ongenuanceerd of onontwikkeld. Dat is te makkelijk. Te comfortabel ook.

Domrechts bestaat.

Niet als kiezer. Niet als verlangen naar orde, grenzen of bestuurlijke duidelijkheid. Maar als politieke uitvoering die weigert volwassen te worden.

Kijk als begin is naar de oprichting van de Groep-Markuszower. Een afsplitsing die gepresenteerd is als een stap uit principe, als noodzakelijke verandering door een interne chaos. Maar wanneer een breuk vooral draait om onderlinge verhoudingen en niet om een fundamenteel nieuw politiek project, dan is het geen ideologische vernieuwing. Dan is het persoonlijke ambitie verpakt als ideologie.

Dat is geen kracht. Dat is versnippering.

Hetzelfde zie je bij de BBB. Wat begon als een duidelijke, bijna messcherpe vertegenwoordiging van een vergeten achterban, is verworden tot een partij die in korte tijd verwikkeld raakt in interne spanningen, publieke frictie en onhandige leiderschapskwesties. Meningsverschillen zijn normaal. Maar het onvermogen om ze volwassen op te lossen, zonder gezichtsverlies en zonder publieke chaos, is dat niet.

Daar ontstaat het probleem.

Domrechts is niet laagopgeleid. Het is niet boers. Het is niet ongepolijst.
Domrechts is wanneer je weigert te begrijpen hoe macht werkt.

Macht is organisatie. Macht is discipline. Macht is soms slikken om later te kunnen doorpakken. Wanneer elke interne botsing leidt tot een nieuwe groep, een nieuwe lijst of openlijke verwijten, bevestig je het beeld dat rechts vooral goed is in roepen en minder in regeren.

Strijd en splitsing horen bij democratie — tot op zekere hoogte. Een beweging die nooit schuurt, is dood. Maar wanneer fragmentatie structureel wordt, wanneer de kans reëel is dat elke teleurstelling een nieuwe partij oplevert, dan wordt rechts niet meer gezien als alternatief bestuur maar als permanent experiment.

En dan word je niet meer serieus genomen.

De ironie is dat veel rechtse partijen zichzelf presenteren als de rationele tegenkracht tegen bestuurlijke chaos. Ze spreken over realisme, uitvoerbaarheid, daadkracht. Maar wie intern geen strategisch inzicht toont, wie geen gezamenlijke lijn kan vasthouden, ondergraaft zijn eigen verhaal.

Het woord “domrechts” blijft dan niet hangen omdat het inhoudelijk klopt, maar omdat het organisatorisch wordt bevestigd.

De rechtse kiezer is daarin geen dader. Hij is bedrogen door ego’s die beloven te leveren en vervolgens te verzanden in onderlinge competitie. Hij stemt voor invloed en krijgt fragmentatie. Hij stemt voor richting en krijgt interne strijd.

Dat is geen moreel falen van de kiezer.
Dat is een strategisch falen van leiders.

Rechts heeft geen gebrek aan thema’s. Het heeft een gebrek aan langetermijnvisie. Zolang partijen als de BBB en afsplitsingen als de Groep-Markuszower niet laten zien dat ze boven persoonlijke ambitie kunnen uitstijgen, zal het frame blijven bestaan.

Het gaat er niet om of rechts gelijk heeft.

Het gaat erom of rechts bereid is om volwassen te worden