Europese defensie is verworden tot een percentage, omdat percentages geen moed vereisen. Ze stellen gerust, verdelen schuld en creëren de illusie van actie. Angst wordt zo beheerd in plaats van bestreden — en gemakzucht verpakt als verantwoordelijkheid.
Defensie als getal en de gemakzucht van Europese angst
Europa heeft een nieuwe fetisj ontdekt en die heet 3,5 procent. Alsof een defensiebudget een morele boetedoening is. Alsof veiligheid ontstaat door een norm op papier en niet door wat een land daadwerkelijk kan en durft. Nederland praat inmiddels over defensie alsof het een schuldbelijdenis betreft. Te lang te weinig gedaan dus nu moet er ineens meer ongeacht schaal proportionaliteit of realisme.
Wie de staatsbegroting naast die 3,5 procent legt ziet meteen dat dit geen strategie is maar paniek vermomd als daadkracht. Defensie concurreert niet met luchtledige idealen maar met zorg infrastructuur onderwijs en bestaanszekerheid. Doen alsof dat geen afweging vereist is geen leiderschap maar luiheid. Het kopen van veiligheid met geld dat er eigenlijk niet is levert geen macht op maar kwetsbaarheid elders.
Het probleem is niet dat Europa te weinig uitgeeft. Het probleem is dat Europa niet weet waarvoor het uitgeeft. Defensie wordt behandeld als een symbolisch gebaar richting bondgenoten niet als een instrument van nationale en continentale belangen. We gooien met percentages omdat we bang zijn voor keuzes. En wie bang is voor keuzes eindigt altijd met rekeningen zonder resultaat.
Daartegenover staat een manier van geopolitiek bedrijven die velen moreel onverteerbaar vinden maar strategisch consistent is. Ruw onbeschaafd soms zelfs ongemakkelijk eerlijk. Niet omdat het mooi is maar omdat het effectief is. Er wordt niet gesproken over normen maar over belangen. Niet over solidariteit maar over leverage. Niet over intenties maar over consequenties.
Neem Groenland. Waar Europa spreekt over soevereiniteit en multilateralisme wordt daar nuchter gekeken naar ligging grondstoffen en strategische controle. Dat voelt cynisch en dat is het ook. Maar het is wel hoe macht functioneert. Wie dat weigert te erkennen verandert niets aan de realiteit maar wel aan zijn eigen positie daarin.
Hetzelfde geldt voor Venezuela Cuba en bredere invloedssferen. Druk uitoefenen door handelsroutes sancties en militaire aanwezigheid is geen ontsporing van het systeem het ís het systeem. De illusie dat internationale politiek draait om wederzijds begrip is een luxe die alleen bestaat zolang iemand anders de harde rand bewaakt.
Europa reageert daarop met verontwaardiging. Alsof verontwaardiging een machtsmiddel is. Alsof het uitspreken van afkeuring ook maar één tanker tegenhoudt of één regime tot ander gedrag dwingt. Het resultaat is voorspelbaar. Europa betaalt meer spreekt luider maar wordt minder serieus genomen.
De ironie is dat dezelfde mensen die pleiten voor 3,5 procent defensie dat doen uit angst voor precies die harde geopolitieke realiteit die ze niet onder ogen willen zien. Ze willen afschrikking zonder confrontatie macht zonder conflict veiligheid zonder spierballen. Dat bestaat niet.
Echte veiligheid vraagt geen blind verhogen van budgetten maar scherpe keuzes. Wat willen we verdedigen waar zijn we toe bereid en wat laten we expliciet los. Dat vereist leiders die begrijpen dat macht niet moreel is maar noodzakelijk. Dat het alternatief voor macht niet vrede is maar afhankelijkheid.
Misschien is dat waarom sommige leiders zo’n allergische reactie oproepen in Europa. Ze spiegelen iets wat wij zijn kwijtgeraakt. De bereidheid om belangen te benoemen zonder schaamte. Om druk te gebruiken zonder excuses. Om veiligheid te zien als iets dat wordt afgedwongen niet toegekend.
Nederland hoeft geen imperium te worden. Het hoeft alleen te stoppen met doen alsof cijfers gelijkstaan aan kracht. Defensie is geen morele investering maar een strategische discipline. En wie die discipline vervangt door symboliek zal altijd meer betalen dan nodig en minder krijgen dan beloofd.
Wie dat hard vindt heeft vooral moeite met de werkelijkheid. En de werkelijkheid wacht niet tot Europa klaar is met praten.
Pim Boelen